Pagina's

woensdag 5 augustus 2026

Achter de migratiegolf zat een online machine

Achter de migratiegolf zat een online machine

vivscontent.substack.com

Volgens een nieuw, 57 pagina’s tellend onderzoek van het Spaanse OSINT-bureau Golden Owl (een commerciele Spaanse variant van Bellingcat) aan de massale mobilisatie richting de Spaanse enclave Ceuta een zorgvuldig opgebouwde online campagne vooraf. Ik schreef al eerder over de tientallen Facebookgroepen, maar uit het rapport blijkt nu onomstotelijk dat via een breed netwerk van lokale rekruteerders oproepen werden verspreid, groepen werden samengesteld, routes gedeeld en deelnemers aangestuurd. Niet één mensensmokkelaar trok volgens de onderzoekers aan de touwtjes, het netwerk werkte eerder als een “franchiseformule”: Iedereen kon nieuwe deelnemers werven, zolang hij dezelfde werkwijze volgde.

Niet één organisatie dus, maar tientallen losse spelers die hetzelfde systeem gebruiken. Geen hierarchisch (verdien)model, maar een gedeelde handleiding. En precies dat maakt zo’n netwerk veel moeilijker te bestrijden.

Structuur

Golden Owl probeert één hardnekkig beeld onderuit te halen: Dat van een plotselinge volksverhuizing die ontstond doordat duizenden mensen spontaan besloten hun geluk te beproeven. Volgens de onderzoekers wijst vrijwel alles op voorbereiding:

De oproepen verschenen dagen voor de mobilisatie. Dezelfde slogans doken vervolgens vrijwel gelijktijdig op in verschillende Facebookgroepen. Er werden vaste verzamelplaatsen genoemd. Discussies gingen niet over de vraag óf mensen zouden vertrekken, maar over de beste route, het juiste tijdstip en de kans om de Spaanse grens te bereiken. Dat is een belangrijk onderscheid: Een migratiestroom kan spontaan ontstaan, maar georganiseerde mobilisatie vraagt planning.

Golden Owl concludeert daarom met “high confidence” dat sprake was van een doelbewuste campagne, niet van een toevallige opeenstapeling van individuele beslissingen. Een stevige conclusie, maar de onderzoekers leggen ook uit waarop zij die baseren. Zo beschrijven zij meerdere voorbeelden van rekruteerders die niet simpelweg informatie deelden, maar actief groepen samenstelden. In één geval werd zelfs gezocht naar “twee meisjes en zes jongens” voor een specifieke oversteek.

Een andere keer werd opgeroepen een grotere groep te vormen die gezamenlijk zou vertrekken. Dat gaat verder dan het uitwisselen van tips tussen migranten.

WhatsApp als stap twee

Veel mensen zullen bij georganiseerde smokkelnetwerken meteen denken aan versleutelde chatapps zoals Signal of Telegram. Hier fungeerde Facebook als etalage.

De onderzoekers brachten 25 groepen en pagina’s in kaart die een rol speelden bij de campagne. Sommige waren volledig gericht op de oversteek naar Ceuta, anderen fungeerden als “marktplaats” voor migratie, verzamelpunt voor informatie of doorgeefluik voor oproepen. Samen vertegenwoordigden zij ruim één miljoen zichtbare deelnemers aan de groepen. Dat zijn niet perse unieke gebruikers, veel gebruikers waren lid van meerdere groepen tegelijk. Maar het laat wel zien hoe groot het potentiële bereik was.

Golden Owl maakt daarbij een interessante vergelijking: Facebook was niet het commandocentrum, maar de megafoon. De echte organisatie vond volgens de onderzoekers plaats nádat geïnteresseerden reageerden. Dan verhuisde het gesprek naar privéberichten of WhatsApp, waar kleine groepjes werden gevormd en praktische afspraken werden gemaakt. Daarmee bleef de publieke laag grotendeels zichtbaar, terwijl de operationele laag buiten beeld verdween.

Een netwerk zonder hoofd

Opsporingsdiensten zijn gewend organisaties uit elkaar te halen door de leiding aan te pakken. Maar wat als er geen leiding is?

Golden Owl beschrijft een systeem dat bestaat uit drie lagen:

Bovenin bevindt zich volgens de onderzoekers een kleine kring die oproepen opstelt en verspreidt. Dat deel van het netwerk is niet rechtstreeks zichtbaar. Het bestaan ervan wordt afgeleid uit patronen. Identieke berichten verschijnen vrijwel gelijktijdig op verschillende accounts. Dezelfde codetaal keert steeds terug. Verschillende beheerders lijken exact dezelfde instructies te volgen.

Daaronder bevindt zich het openbare netwerk van Facebookgroepen, en helemaal onderaan zitten tientallen zelfstandige rekruteerders.

Juist die laatste groep maakt het systeem volgens Golden Owl zo robuust: Iedere rekruteerder bouwt zijn eigen groepje op. Verdwijnt één account, dan blijven alle andere gewoon doorgaan. Het netwerk hoeft daardoor niet opnieuw te worden opgebouwd, maar herstelt zichzelf.

Het is geen sluitend bewijs voor een centraal aangestuurde organisatie, maar het is wel een overtuigende verklaring voor de snelheid waarmee de mobilisatie zich kon verspreiden.

Facebook was de etalage, WhatsApp het achterkamertje

De onderzoekers beschrijven Facebook als het publieke plein waar nieuwe deelnemers werden geworven. Daar verschenen de oproepen, video’s van geslaagde overtochten, waarschuwingen over politiecontroles en discussies over de beste route. Wie interesse toonde, werd vervolgens uit het zicht gehaald.

Dat gebeurde vrijwel altijd op dezelfde manier, namelijk door een WhatsApp-link in de in de eerste reactie onder een bericht te zetten. Simpel, maar effectief. Automatische controles kijken namelijk vooral naar de tekst van een bericht, waar dus niets stond, niet naar de (soms honderden) reacties daaronder.

Het lijkt een detail, maar volgens Golden Owl zegt juist dit soort gedrag veel over de professionaliteit van het netwerk : Wie links verstopt, zijn taal voortdurend aanpast en bewust overstapt naar privékanalen, weet kennelijk dat hij bekeken wordt.

De taal van de onderwereld

Nog opvallender is de manier waarop het netwerk met taal omging: Woorden veranderden voortdurend van betekenis. Een doodnormaal Marokkaans woord voor een metalen hek veranderde ineens in een codenaam voor de grens bij Ceuta. Toen dat woord teveel aandacht begon te trekken, stapten gebruikers over op nieuwe termen. Even later werden zelfs woorden bewust opgebroken met leestekens om automatische zoekmachines te misleiden.

Golden Owl noemt het “operationele beveiliging”, maar je zou het ook “digitale straatwijsheid” kunnen noemen. De mensen achter de campagne leken precies te weten hoe sociale media werken en vooral hoe moderatie níét werkt.

De kracht van herhaling

Een ander patroon springt voortdurend uit het rapport: Dezelfde oproepen doken binnen korte tijd op in verschillende groepen op. Soms letterlijk, woord voor woord, soms met een kleine aanpassing.

Steeds opnieuw verschenen dezelfde slogans, dezelfde afbeeldingen en dezelfde oproepen om de berichten verder te verspreiden.

Juist dat maakt het volgens Golden Owl aannemelijk dat er meer speelde dan losse gebruikers die toevallig hetzelfde idee kregen. Dat betekent niet automatisch dat er één centrale regisseur was, maar wel dat verschillende accounts zich opvallend gecoördineerd gedroegen.

Het rapport laat dus zien hoe een digitaal ecosysteem werkt: Iedere deelnemer hoeft maar een klein stukje van het werk te doen. De één maakt een afbeelding. De ander beheert een Facebookgroep. Een derde werft acht mensen. Weer iemand anders plaatst video’s van mensen die de oversteek hebben gehaald. Niemand overziet het geheel, maar toch ontstaat er samen iets dat veel groter is dan de optelsom van de afzonderlijke deelnemers.

Een digitale lopende band

Omdat de campagne zo verrassend efficiënt blijkt te zijn ingericht leest het rapport op sommige punten bijna als een bedrijfsanalyse.

De eerste stap is aandacht trekken, daarna belangstelling wekken, vervolgens mensen naar een besloten omgeving verplaatsen, daar kleine groepen vormen en praktische informatie delen. En tenslotte: de deelnemers laten zien dat anderen al succesvol zijn overgestoken. Dat laatste, de succesverhalen, blijkt volgens Golden Owl misschien wel het krachtigste wapen van de hele campagne.

In video’s van mensen die de overkant hadden bereikt werden meer dan duizend oproepen gedaan. Zij maakten van “het product” een tastbare werkelijkheid. Wie twijfelde, zag anderen slagen en besloot alsnog te vertrekken. Dat mechanisme herkennen marketeers onmiddellijk als Social proof.

Alleen werd het hier niet gebruikt om sportschoenen of een telefoonabonnement te verkopen, maar om mensen richting een Europese buitengrens te bewegen.

De gezichten achter het netwerk

Een van de opvallendste keuzes die Golden Owl maakt, is dat het rapport niet blijft steken in een analyse van groepen en hashtags. De onderzoekers proberen ook de mensen achter de schermen in kaart te brengen. Dat doen ze voorzichtig, ze publiceren geen telefoonnummers of e-mailadressen en lakken persoonlijke gegevens af. Wel beschrijven ze hoe zij accounts aan elkaar hebben gekoppeld en welke rol die volgens hen binnen het netwerk speelden.

Daarmee krijgt het onderzoek voor het eerst gezichten. Volgens Golden Owl was er niet één organisator, maar een kleine groep beheerders en rekruteerders die telkens opnieuw opduiken. Sommigen beheerden meerdere Facebookgroepen tegelijk. Anderen plaatsten dezelfde oproepen onder verschillende namen. Weer anderen leken vooral verantwoordelijk voor het samenstellen van groepen migranten.

Een van de meest actieve rekruteerders opereerde volgens het rapport vanuit Istanbul. De onderzoekers beschrijven hoe deze persoon deelnemers selecteerde, groepen samenstelde en een Turks WhatsApp-nummer gebruikte als centraal aanspreekpunt. Dat laatste is opmerkelijk. Het laat zien dat de communicatie zich niet uitsluitend binnen Marokko afspeelde.

Een andere beheerder dook volgens Golden Owl op in meerdere grote Facebookgroepen tegelijk als schakel tussen verschillende netwerken. Juist dat soort accounts maakte de campagne volgens de onderzoekers zo effectief. Ze hoefden geen duizenden mensen rechtstreeks te bereiken. Ze hoefden alleen de juiste groepen met elkaar te verbinden.

Mijn bron (met veel ervaring op het gebied van digitale beïnvloedingsoperaties) zegt dat de opzet van de campagne opvallende overeenkomsten vertoont met eerdere buitenlandse informatieoperaties. Hij sluit betrokkenheid van een statelijke actor, zoals de Iraanse Revolutionaire Garde (IRGC), niet uit. Die inschatting is echter gebaseerd op patroonherkenning en niet op openbaar verifieerbaar technisch bewijs. Vooralsnog zijn er geen aanwijzingen in het Golden Owl-rapport die een dergelijke conclusie ondersteunen.

Golden Owl stelt ook dat de digitale infrastructuur van het netwerk meerdere Algerijnse kenmerken vertoont, hoewel de individuele wervers volgens de onderzoekers overwegend Marokkaans zijn. De onderzoekers baseren die conclusie op een combinatie van naamgeving, symboliek en metadata. Het rapport levert daarmee aanwijzingen voor een Algerijnse connectie, maar geen sluitend bewijs voor directe betrokkenheid van de Algerijnse staat.

Het rapport beschrijft dus een netwerk dat zich voortdurend aanpast. Iedereen lijkt zijn eigen rol te hebben: De één werft deelnemers. De ander verspreidt video’s. Weer een ander beheert een Facebookgroep of beantwoordt vragen van nieuwkomers.

Daardoor ontstaat een opmerkelijke situatie: Vrijwel niemand is onmisbaar. Wordt een beheerder verwijderd, dan neemt een ander het over. Verdwijnt een Facebookgroep, dan verschijnt dezelfde oproep even later ergens anders opnieuw. Volgens Golden Owl is dat precies de reden waarom het netwerk zo moeilijk plat te leggen is: omdat het geen duidelijk middelpunt heeft.

Een ongemakkelijke vraag

Vrijwel alle communicatie die Golden Owl analyseerde, was openbaar toegankelijk.

Sommige groepen telden meer dan 100.000 leden, een flink aantal bestond al geruime tijd. De onderzoekers beschrijven hoe identieke berichten zich dagenlang door het netwerk verspreidden, terwijl video’s van geslaagde overtochten massaal werden gedeeld.

Hoe kan een campagne van deze omvang zich vrijwel in het openbaar ontwikkelen zonder dat een platform ingrijpt?

Golden Owl geeft daar geen definitief antwoord op. Het rapport laat wel zien dat de organisatoren handig gebruikmaakten van de beperkingen van automatische moderatie. Door woorden te veranderen, links te verplaatsen naar reacties en voortdurend nieuwe groepen te gebruiken, bleven zij de controles steeds een stap voor.

Daarmee is de vraag niet beantwoord of Meta deze campagne had kunnen herkennen, maar dat maakt het onderzoek relevant, ook los van Ceuta. Want dezelfde technieken zijn niet gebonden aan één grens of één land. Ze kunnen net zo goed worden ingezet voor andere vormen van massamobilisatie.

Dit rapport biedt daarom een zeldzaam inkijkje in de manier waarop een digitale campagne volgens de onderzoekers kon uitgroeien tot een crisis aan een Europese buitengrens.

Het laat zien hoe de mobilisatie werkte.

Het laat zien dat dit waarschijnlijk geen spontane actie was.

Het legt bloot waarom het netwerk zo moeilijk te stoppen is.

Het werpt een ongemakkelijke vraag op voor Meta.

Vrijwel alles wat Golden Owl analyseerde, speelde zich af op openbare Facebookgroepen. Het rapport suggereert daarmee dat een aanzienlijk deel van de mobilisatie zichtbaar was, maar desondanks niet tijdig werd verstoord. Het bewijst niet dat Meta had kunnen ingrijpen, maar als een klein team van onafhankelijke onderzoekers met behulp van openbare berichten, gearchiveerde pagina’s en open source-onderzoek een groot deel van dit netwerk wist bloot te leggen, hoeveel daarvan was dan al zichtbaar voordat de eerste duizenden migranten Ceuta bereikten?

En misschien nog wel belangrijker:

Wie zag het nog meer?

En waarom werd er dan niet eerder ingegrepen?

Vind je mijn artikelen de moeite waard? En wil je dat ik dit soort verhalen kan blijven maken?

Dan kun je me steunen met een ☕️📚 donatie of via mijn site. Óf word betalend lid van mijn substack! Groot of klein, alles helpt en wordt enorm gewaardeerd. Zo kan ik onafhankelijk onderzoek blijven doen, tijd steken in verhalen die anders blijven liggen en nieuwe onthullingen naar boven halen.

Bron: https://goldenowl.ai/resources/research/The-Ceuta-Mobilisation-Network-Recruitment-Amplification-and-Operational-Security

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Achter de migratiegolf zat een online machine

Achter de migratiegolf zat een online machine vivscontent.substack.com Volgens een nieuw, 57 pagina’s tellend onderzoek van het Spaanse OSIN...